Even geen nieuws... 

 
Uitleg standplaatscodes

Op de kwekerij gebruiken we een systeem van standplaatscodes om aan te geven welke standplaats voor een plant het meest optimaal is. Het is gebaseerd op een systeem dat is ontwikkeld door de Duitse professor Sieber en gaat uit van de natuurlijke groeiomgeving (Lebensbereich) van de plant. De theorie is dat een plant alleen goed groeit op een standplaats die veel lijkt op de plek waar de desbetreffende plant van nature groeit. Het systeem lijkt in eerste instantie gecompliceerder dan de gebruikelijke aanduidingen zon/halfschaduw/schaduw, maar het geeft veel meer informatie. De codes beschrijven niet alleen de hoeveelheid zonlicht die een plant verlangt maar zeggen bijvoorbeeld ook iets over de bodemsoort en de hoeveelheid vocht die een plant het liefst heeft. Hierdoor is veel beter in te schatten of een plant geschikt is voor de plek die u ervoor in gedachten heeft en met welke andere planten hij het beste te combineren is.

De code werkt als volgt: Bij de plant staat de habitat vermeld waar de plant van nature in voorkomt, erachter staat een cijfer dat staat voor het gewenste vochtgehalte.
1 = Droge grond
2 = Vochthoudend
3 = Nattere grond

Bijvoorbeeld: Anemone 'Andrea Atkinson' heeft als standplaatscode: Bosrand (2) Dit betekent dat de plant in de natuur in bosranden groeit op vochthoudende grond. Voor gebruik in de tuin is dus ook een plek aan te raden met humusrijke, vochthoudende grond en bijvoorkeur enigszins gefilterd zonlicht.

Hieronder de ‘Lebensbereiche’ die we op de kwekerij gebruiken: (Kan iemand dit woord vertalen? Wij kunnen geen goede Nederlandse term bedenken.)

Bos
Onder struiken en bomen. Lichte tot donkere schaduw, halfschaduw. In deze omgeving komen veel voorjaarsbloeiers voor, alleen als het bladerdek boven de planten nog niet gesloten is kan het zonlicht de bodem bereiken. Gedurende de zomer voorkomt het bladerdek een directe instraling van de zon. De bodem is door de dikke bladlaag zeer humusrijk. Bosplanten houden over het algemeen van een humusrijke, losse grond en een hoge luchtvochtigheid.




Bosrand
De omgeving Bosrand beschrijft standplaatsen aan de rand van boom- en/of heestergroepen. Het is een veelzijdige standplaats doordat er twee types te onderscheiden zijn: warme, zonnige standplaatsen die vaak op het zuiden liggen en de veel koelere en donkere plekken aan de noordkant van bomen en heesters. Ook in de bosrand is de bodem overwegend humeus en het licht niet al te fel.


Open veld
De standplaats Open veld bevat alle zonnige plaatsen in de tuin zonder beschutting van bomen of struiken. Er groeien voornamelijk planten die weinig eisen stellen zoals botanische soorten e.d. De grond dient te worden losgemaakt maar niet rijk bemest. Planten dienen zo geplant te worden dat ze na enige tijd een gesloten vlak vormen zodat onkruid geen kans krijgt.




Steppe / (klei??)
Habitat met zeer warme, zongelegen plekken met droge, kalkhoudende grond. Planten die in deze standplaats worden ingedeeld verdragen geen natte voeten en dat is jammer, anders konden mensen die tuinieren in kleigrond hier hun hart ophalen. Toch maar goed draineren? Veel compost door de grond mengen helpt de structuur van kleigrond te verbeteren.



Heide / zand
Sieber gebruikt hier de term Heide voor de omschrijving van de habitat. M.i. is dit een standplaats met voedselarme, kalkarme grond en zou iedere goed doorlatende arme zandgrond hieraan voldoen. Veel zon.



Rotsen
Planten die het goed doen op rotsachtige ondergronden verlangen een zonnige standplaats en een doorlatende, kalkrijke bodem.





Stenige bodem
Onder Stenige bodem verstaan we ondiepe grondlagen op een rotsbodem. Ook hier een zonnige plek en een kalkrijke bodem, maar niet zo droog als de standplaats Rotsen, de grond bevat een kleine hoeveelheid humus. De grond dient wel zeer goed af te wateren, met name in de winter wordt een natte bodem niet getolereerd!